Er is een mooie beeldspraak van Jon Kabat-Zinn*, grondlegger van de Mindfulness, over de stroom van je gedachten als een waterval. Als je achter de waterval gaat staan, in een grot of rotsholte, stap je uit die stroom, en ervaar je rust en stilte.
Een prachtige beeldspraak, een die ook een verlangen oproept.
Want wie staat niet regelmatig, of misschien wel bijna voortdurend, onder die waterval. De kletterende stroom van je gedachten, de gevoelens en emoties die daardoor losgemaakt worden, de gebeurtenissen die hiermee gepaard gaan; de kracht en het lawaai van het water wat op je neergutst, en die je steeds meer in elkaar doet duiken.
Partner, kinderen, boodschappen, die presentatie, dat lastig overleg van morgen, die ontevreden klant, die moeder waar ik veel te weinig kom, die vriend die ik nog een kaartje moet sturen en hoe hard ik ook loop ik red het niet of ik doe het in ieder geval niet goed genoeg en als ik alle ballen al in de lucht weet te houden dan heb ik geen tijd meer om ergens nog van te genieten......
En wat zou het dan heerlijk zijn om hier even uit kunnen te stappen, even in de stilte te staan, even niets te hoeven....
Niets doen is als bezigheid uit onze maatschappij en onze cultuur verdwenen. Hoewel ook in vorige generaties heel hard werd gewerkt, en de avond met name bij minder welvarende mensen werd gebruikt om te naaien, te repareren en door te leren, was er in ieder geval nog meer sprake van enkelvoudige handelingen. Het drinken van koffie, het zetten van thee, het nemen van pauze in de zin van even stoppen met wat je aan het doen bent, als enkelvoudige bezigheid is het verdwenen. Alles moet zin hebben, ergens mee gecombineerd worden, nuttig zijn, zelfs ontspanning moet ergens toe leiden, in cultureel of sportief opzicht. Alleen het roken van een sigaret lijkt soms met volledige aandacht als enkelvoudige bezigheid te worden uitgevoerd. Maar dat is om allerlei andere redenen weer niet aan te bevelen.
Het beeld van die plek achter de waterval, als plaats waar de tijd even stil staat, waar stilte en bewegingsloosheid heerst, roept een verlangen op. Het verlangen om daar te zijn, al is het maar even.
Ik ga er iedere morgen heen, tijdens mijn meditatie. Maar ook wie niet 'officieel' mediteert kan er komen. Misschien niet in een keer, of niet zo lang, maar geleidelijk aan kun je de waterval even laten voor wat hij is. Door rustig te gaan zitten, in kleermakerszit of op een stoel, en door langzaam en aandachtig in en uit te ademen. Ga niet krampachtig die waterval van je gedachten vermijden, maar richt steeds weer je aandacht op je ademhaling. Met je handpalmen op je knieën; laat spanningen en gebeurtenissen die geweest zijn los. Met geopende handen (handpalmen naar boven); sta open voor alles wat er is en nog gaat komen. Meer niet; rustig zitten, stilte, en in en uitademen. Of een ticket kopen naar een mooie vakantiebestemming. Met waterval.
Toen ik deze column in gedachten al klaar had, liep het spaak in het Catshuis. Hetgeen een stroom aan gedachten bij mij opriep. Maar vooral wenste ik dat alle politici het zichzelf en ons zouden gunnen om ook eens achter die waterval te gaan staan. Bezinnen, stil staan bij keuzes en te nemen stappen, op een ander niveau je bewust zijn van je handelen en de gevolgen, weer kunnen voelen of dat wat je wilt het goede is, niet alleen in termen van macht, economisch gewin en eigen belang. Maar vooral terugvinden wat juist is, wat integriteit inhoudt, wat zorg en loyaliteit is, en waar je voor staat, of stond toen je nog tijd had om te voelen. En dan die dromen terughalen, en de moed om te doen wat juist is.
Allemaal te vinden, als je de tijd durft te nemen stil te staan.
En als zij het niet doen, laten wij, de kiezers, het dan in ieder geval doen.
*Jon Kabat-Zinn; "waar je ook gaat daar ben je". Uitgeverij Servire
donderdag 26 april 2012
maandag 16 april 2012
ditwordteenmooiedag: De geur van brood
ditwordteenmooiedag: De geur van brood: Ik heb iets met brood, met de geur, met het eten ervan, met het zien van mooie broden, en met de gedachte eraan, als een soort oervoedsel, ...
maandag 12 december 2011
De geur van brood
Ik heb iets met brood, met de geur, met het eten ervan, met het zien van mooie broden, en met de gedachte eraan, als een soort oervoedsel, een basis waar je niet zonder kunt. Ik ben een echte Nederlander door te lunchen met boterhammen, maar doe ook graag als de Fransen door bij een goede maaltijd ook lekker knapperig brood te serveren. Ik vind het geweldig als ik mijn deeg zie rijzen, en heb met grote interesse een BBC-documentaire gevolgd. Hierin proberen dorpsbewoners de plaatselijke bakker (de winkel, niet de eigenaar) nieuw leven in te blazen als ontmoetingspunt voor de dorpelingen, door het bakken en verkopen van bijzonder brood. Het heeft me onder andere geïnspireerd tot het zelf bakken van een focaccia met blauwe kaas, en het bakken heeft me evenveel plezier gegeven als het opeten. De grootste voldoening gaf het me om ook mijn partner ervan te zien smullen…
Misschien spreekt het me zo aan omdat het zo aards is, omdat het gaat over bloem en gist en juiste verhoudingen en kneden met je handen, als tegenhanger van waar ik me in mijn werk als coach mee bezig houdt. Daar gaat het om hoe geneest van een burnout, hoe je omgaat met stress en met alsmaar van alles moeten, en hoe je verder leeft na een groot verlies.
Een van mijn favoriete boeken is ‘de geur van brood’.
Het gaat over een vrouw die na een vakantieliefde met een jonge Franse bakker een stukje zuurdesem als souvenir meeneemt, en daarna 33 jaar lang de dag steevast begint met het bakken van brood. Dit houdt ze ook vol tijdens een succesvolle carrière en nadat ze moeder is geworden van een tweeling. Het zuurdesem moet regelmatig ‘gevoed’ worden, zodat het zich steeds weer vermeerdert, en er dus eindeloos brood mee te maken is. Het bakken van het brood is het houvast in het woelige gezinsleven, en het teken dat ze zich levend en tevreden voelt. Plotseling stopt ze hier echter mee, en haar man neemt in het geheim het ‘beheren’ van het zuurdesem van haar over, in de hoop dat ze ooit weer brood zal gaan bakken. Als het verhaal zich ontvouwt blijkt dat ze gestopt is met bakken omdat ze op het punt staat om onder te gaan in haar grote verdriet; een van haar kinderen is verdronken in de vijver in de tuin, de vijver waar zij op had gestaan dat die zou worden aangelegd. Na vele verwikkelingen en deels bitterzoete gebeurtenissen, komt er een keerpunt en leert ze om te gaan met haar grote verdriet. Met als hulpmiddel het bakken van brood, als voedsel voor haar zelf, haar man en overgebleven zoontje. Uiteindelijk lukt het haar, en de mensen om haar heen, zelfs weer blijdschap en geluk te kunnen ervaren.
Het boek is grappig en lijkt in eerste instantie wat luchthartig en oppervlakkig. Maar het verhaal eronder is groots, en spreekt van de kracht van overleven. Eerst stapje voor stapje, later ook weer met kwaliteit van leven. Naast brood komt er ook een eigenwijze geit in voor, keert haar jeugdliefde de Franse bakker nog even terug, en spelen ook opa en oma grappige en ontroerende rollen. Net als in het echte leven, waar onder andere humor, genieten van dagelijkse dingen, en de hulp van lieve mensen een tegenwicht bieden voor de donkere momenten in het leven. De dagen zullen nooit meer hetzelfde zijn, maar ze worden wel weer mooier.
Simône
‘De geur van brood’ van Sarah-Kate Linch, uitgeverij De Kern
Abonneren op:
Posts (Atom)